Alles wat je moet weten over
Goed geïnformeerd een hypotheek kiezen begint hier. In onze kennisbank vind je heldere uitleg, praktische voorbeelden en alle informatie die je nodig hebt om de juiste beslissing te nemen.
Wat bepaalt je maandlasten?
Je maandlasten bij een hypotheek bestaan uit meerdere onderdelen. Samen bepalen deze hoeveel je elke maand betaalt voor je woning én wat je netto overhoudt na belastingvoordeel.
De belangrijkste onderdelen zijn: rente, aflossing, belastingvoordeel, het leningdeel in box 1, het eventuele consumptieve deel en een overlijdensrisicoverzekering.
1. Rente
De rente is het bedrag dat je betaalt aan de bank voor het lenen van geld. Dit is meestal de grootste kostenpost in het begin van de hypotheek.
- Hoe hoger de rente, hoe hoger je maandlast
- Hoe lager de rente, hoe lager je maandlast
De rente wordt berekend over de openstaande hypotheekschuld. Daardoor betaal je in het begin meer rente dan later.
2. Aflossing
Naast rente betaal je ook aflossing. Hiermee los je de hypotheek stap voor stap af.
Bij een annuïteitenhypotheek (de meest voorkomende vorm):
- betaal je elke maand een vast bedrag
- in het begin bestaat dit vooral uit rente
- later steeds meer uit aflossing
Door de aflossing daalt je schuld en daardoor ook het rentedeel.
3. Belastingvoordeel (hypotheekrenteaftrek)
De rente die je betaalt mag je (deels) aftrekken van je inkomen in box 1. Hierdoor betaal je minder belasting.
- Alleen rente is aftrekbaar, geen aflossing
- Het voordeel hangt af van je belastingtarief
- Dit verlaagt je netto maandlast
4. Box 1 en consumptief deel
Je hypotheek valt (voor het grootste deel) in box 1 van de inkomstenbelasting. Daarbinnen geldt:
- het deel dat voor je eigen woning is gebruikt → rente aftrekbaar
- het consumptieve deel (bijv. auto, meubels, extra bestedingen) → niet aftrekbaar
Over het consumptieve deel betaal je dus volledig rente zonder belastingvoordeel.
5. Overlijdensrisicoverzekering
Veel hypotheken hebben een overlijdensrisicoverzekering gekoppeld. Deze zorgt ervoor dat (een deel van) de hypotheek wordt afgelost bij overlijden.
- Je betaalt hiervoor een maandelijkse premie
- Deze premie is niet aftrekbaar
- Het verhoogt je maandlast, maar geeft financiële zekerheid
Rekenvoorbeeld
Stel:
- Hypotheek: €400.000
- Vorm: annuïteitenhypotheek
- Rente: 4%
- Looptijd: 30 jaar
- Belastingtarief: 40%
- Overlijdensrisicoverzekering: €8 per maand
Bruto maandlast (rente + aflossing)
De totale maandlast bij deze hypotheek is ongeveer: €1.908 per maand
In de eerste maand:
- rente: €1.333
- aflossing: €575
Belastingvoordeel
De rente is ( in dit voorbeeld ) aftrekbaar tegen 40%:
- rente: €1.333
- belastingvoordeel: ± €533
netto rente: €800
Netto maandlast
- bruto maandlast: €1.908
- min belastingvoordeel: − €533
€1.375 netto per maand
Inclusief verzekering
- netto maandlast: €1.375
- overlijdensrisicoverzekering: €8
totale netto maandlast: €1.383 per maand
Samenvatting
Je maandlasten worden bepaald door:
- rente over je hypotheek
- aflossing van de lening
- belastingvoordeel via renteaftrek (box 1)
- eventueel een consumptief (niet-aftrekbaar) deel
- premie voor een overlijdensrisicoverzekering
Samen bepalen deze onderdelen je bruto én netto maandlast per maand.